Categorie archief: Uncategorized

Een klein Krimgevoel

0

Hallo Lia,

Ik was nog vergeten te zeggen hoe verstandig ik het van je vond dat je in je vakantie “Maurits achterna” ging (je bijdrage aan Nederblog op 31 augustus). Wij zijn opgeleid als onderzoekers en docenten, terwijl je zeker als hoogleraar aan een Nederlandse universiteit minstens zo vaak ‘manager’ bent. Je zou natuurlijk een ‘managementboek’ kunnen aanschaffen. Uit niet aflatende reclames maak ik op dat er daar heel wat van zijn. Maar veel animo om die boeken te bestellen, laat staan te lezen, heb ik eerlijk gezegd niet. Nee, het lijkt me niet alleen interessanter en spannender, maar ook veel beter om “Maurits achterna” te gaan. Doorgaans vallen er geen doden en gewonden bij ons soort werk, maar toch kunnen wij als manager heel wat leren van de krijgskunst.

Ja, van Troje tot de recente bezetting van de Krim: de lessen liggen voor het oprapen. Zoals: hoe de verrassing doorslaggevend is, hoe je effectief kunt zijn als de chaos compleet is, hoe iemand voor een fait accompli te stellen, hoe je een patstelling kunt creëren, hoe je één en ander begeleidt met de juiste frases (afhankelijk van het gekozen perspectief ook wel propaganda genoemd), hoe je snel de benen kunt nemen, hoe men een hand neemt nadat een vinger is gegeven, etc.

Zo had ik deze dagen eerlijk gezegd een klein Krimgevoel. Het vorige bestuur van Neerlandistiek had ermee ingestemd dat de balie waar de studenten terecht kunnen, zou moeten fuseren. Dat heeft verschillende voordelen. Om een eenvoudig voorbeeld te noemen: een centrale balie kan ruimere openingstijden hebben. Er was met alle betrokkenen over gesproken wat wel en wat vooral niet centraal moest. Iedereen was ervan overtuigd dat de betrokken medewerkers naast hun baliedienst zoveel mogelijk op de afdelingen zouden moeten blijven werken om ervoor te zorgen dat de communicatie met de docenten zo goed mogelijk intact kon blijven.

Maar toen kwam deze zomer de nieuwe bestuursstructuur en de verwarring wie nu eigenlijk waarover gaat is compleet. Zo vertelde een van de secretaresses mij twee weken geleden in het voorbijgaan dat haar kantoor verhuisd werd. Zelf voelde ze er helemaal niet voor, maar “het was nu eenmaal zo besloten.” Huh? Had ik even zitten slapen? Hadden mijn voorgangers iets verzwegen? Neen, het bleek dat niemand bij Neerlandistiek hier iets van gehoord had. Dan maar een berichtje gestuurd naar de hoogste facultaire baas van al het ondersteunende personeel. Het keurige antwoord dat ik kreeg verdient een aparte taalkundige analyse waarop ik misschien nog terugkom. Interessanter was dat ik vlak daarvóór een uitnodiging kreeg voor de feestelijke opening van de nieuwe centrale studentenadministratie, die per 1 oktober van start gaat.

Zo pak je dat dus aan, Lia. Wacht eens even… Waar heeft Maurits eigenlijk school gegaan?

Met een hartelijke groet,

Fred

 

Uitluiden

Hallo Fred,

Op 3 september 2014 werd het nieuwe facultaire onderzoeksinstituut ingeluid – AIHR, het Amsterdam Institute for Humanities Research. Nieuwe functies en nieuwe termen, jij schreef het al. Je bent niet de enige die het nog niet als een automatisme kan oproepen. Het instituut is zo kersvers dat het ook nog niet op de algemene UvA website te vinden is en op de FGw site alleen als je de afkorting weet (http://aihr.uva.nl/).

De dag ervoor, op 2 september, was een van de oude instituten uit de FGw uitgeluid – het ICG, Instituut voor Cultuur en Geschiedenis, ook wel Institute for History and Culture. Zo’n gebeurtenis kan van alles losmaken. Een historicus van de Nederlandse literatuur denkt al gauw aan de beroemde uitspraak van Vondel uit 1625, bij de naderende dood van stadhouder Maurits. Zijn biograaf Brandt tekende die op uit zijn eigen mond. (Bron, p. 29) Toen Vondels vrouw riep: ‘Man, de prins ligt op sterven’, riep hij terug: ‘Laat hem maar sterven. Ik lui hem alvast uit!’, ijverig in de weer met zijn dichterlijke afscheidsgroet. Die loog er niet om want het was het allegorische toneelstuk Palamedes, waarin Maurits bestuursbedrog en gerechtelijke moord ten laste werden gelegd. Die aanklacht draaide uit op een echte rechtszaak, die Vondel dankzij de bescherming van de stad Amsterdam uiteindelijk slechts een geldboete kostte. Zijn leven lang bleef hij een luis in de pels van de macht: nu eens meegaand, dan weer kritisch.

Klok 210914  Bron

Een vrolijke begrafenis…

Maar zo hard ging het er op 2 september niet aan toe, tenminste niet openlijk. Voor de goede orde: wat nu volgt is deels van horen zeggen. Ik was er zelf niet bij; de onderwijspraktijk gaat voor op andere activiteiten. Het bekende conflict van agenda’s.

Onder leiding van de decaan speelde zich ‘een vrolijke begrafenis’ af. Sprekers gaven hun visie op het oude instituut, waarbij het ideaal van vrijheid voor de onderzoeker opnieuw klonk, naast de relativerende constatering dat organisaties nu eenmaal eens in de zoveel tijd in een nieuwe mal gegoten worden. Er was ook een panel, dat reageerde op tevoren rondgestuurde stellingen over het ideale onderzoeksinstituut. Die varieerden van de algemene snit over een onderzoeksinstituut als inspirerende omgeving met academische vrijheid en gegarandeerde onderzoekstijd tot specifieke aandachtspunten als ondersteuning bij het schrijven van aanvragen, transparante verdeling van promotieplaatsen en een rol voor actieve emeriti. Niet alle stellingen kwamen aan bod – het moest geen kritische vergadering met voornemens voor maatregelen worden. Tot slot sprak de nieuwe portefeuillehouder Onderzoek in het faculteitsbestuur Thomas Vaessens eenieder moed in. Geef hem eens ongelijk!

…met een waarschuwend geluid

De laatste stelling van de begrafenis was voorzien van uitvoerige toelichting. Laat medewerkers binnen de beschikbare ruimte hun keuzes maken voor de snit van hun onderzoek en mate van samenwerking en pas op met permanente, want contraproductieve, controle. Tot zover de stelling. Vrijheid tegenover geprogrammeerdheid. Volgens mij is het vinden van een leefbaar midden tussen die twee de opgave waar we voor staan. Daarin kunnen noch de koppige onderzoeker die geen enkele prestatieverplichting duldt, noch de inhoudelijk leidinggevende of administratief manager die voortdurend becijfert, het volledige gelijk krijgen. Een eenzijdig beleid is niet levensvatbaar.

Het recht op onderzoekstijd raakt de universiteit in het hart, niet alleen mensen met een vaste aanstelling, ook die met een tijdelijk contract. Voor hen betekent het binnenhalen van onderzoeksgeld nu zelfs regelmatig dat ze uitgeluid worden omdat er geen financiële ruimte is voor vaste aanstelling. Dit bemoeilijkt natuurlijk instroom van nieuwe ideeën en ook zoiets als verjonging. Het nieuwe onderzoeksinstituut zal het niet gemakkelijker krijgen dan het oude.

Hartelijke groet,

Lia

De directeur scharen

Hallo Lia,

Van een collega met jonge kinderen hoorde ik dat kleuters tegenwoordig aan het begin van het nieuwe schooljaar benoemd worden tot directeur. Dat betekent niet dat ze meer te zeggen hebben dan wij zo’n vijftig jaar geleden, maar misschien wel dat de klusjes die wij vroeger ook al mochten uitvoeren een nog volwassenere en als eervol ervaren status krijgen. Alle kinderen verdienen (anders dan vijftig jaar geleden) een kans en gelukkig zijn er dan ook veel directoraten te verdelen. Er is een directeur scharen, een directeur veters, een directeur wc, een directeur bloemen, een directeur deur etc. Het moet al gek zijn als je de kans op een directoraat misloopt.

Mijn gedachten gingen natuurlijk naar de nieuwe bestuursstructuur van onze faculteit. Zeker, we zaten ook vroeger niet zonder, maar het aantal directeuren is exponentieel toegenomen. Hadden we vroeger vier onderzoeksdirecteuren, nu hebben we er zeven. Hadden we voor 1 september twee directeuren voor de organisatie van ons onderwijs, nu hebben we er meer dan vijfentwintig! Net als bij de kleuters is dit deels een kwestie van andere namen voor oude klussen. Maar achter de toename van het aantal directoraten in onze faculteit zitten ook inhoudelijke overwegingen waar de vergelijking met kleuters mank gaat.

Een eerste indruk over de waarde van die overwegingen konden we afgelopen donderdagmiddag krijgen bij de opening van het facultaire jaar in De Rode Hoed. Er waren presentaties van alle nieuwe onderzoekseenheden. Eigenlijk zonder uitzondering goede verhalen. Ik had geen programma bij me en ik probeerde te raden welke presentatie bij welk instituut zou horen. Een leuk spel, dat we misschien wel met de hele zaal hadden moeten spelen. Mijn score was niet erg hoog, vrees ik. Afgaand op type onderzoeksvragen en aanpak zou ik zelf een verdeling kunnen maken in twee tot hooguit drie verschillende instituten. Inderdaad, mínder en niet meer dan we vroeger hadden…

Maar vanzelfsprekend moeten we de nieuwe eenheden de tijd gunnen om een plek te vinden voor zichzelf en ten opzichte van elkaar (neen, geen vergelijking met de kleuters hierboven). Ondertussen maak ik me wel een beetje zorgen of ik de namen van deze eenheden onder de knie zal krijgen: AIHR, ACLC, ARTES, ASCA, ASCH, ASHMS en ICLC. Laat staan dat ik straks zonder blikken of blozen zal kunnen zeggen welke directeur – pardon, director – bij welke afkorting hoort. Iets wat natuurlijk wel moet als ik me als afdelingsvoorzitter enigszins adequaat in de facultaire bestuurlijke kringen wil bewegen. Wat dat betreft is de benaming ‘directeur scharen’ wel wat transparanter.

Wie weet dat de spiegeling aan de volwassen wereld er nog eens toe leidt dat kleuters worden benoemd tot director of ASS (Amsterdam School of Scissors). Lichtpuntje is dat zulke ontwikkelingen ertoe kunnen leiden dat wij dan weer eenvoudige namen gebruiken, zoals tegenwoordig studenten ook ‘les’ hebben, naar ‘school’ gaan etc. Ik zie nog wel een academische toekomst voor de directeur scharen.

Met een hartelijke groet,

Fred

opening(schaar-lint)

 

Passchendaele

Hallo Fred,

Waarom Passchendaele (tegenwoordig Passendale)? Een paar jaar geleden was ik in Dunedin, Nieuw-Zeeland. Daar is in een oud, monumentaal Brits aandoend station New Zealand’s Sports Hall of Fame. Smullen! Krakende radio opnamen en bibberende filmpjes van wedstrijden, attributen van de All Blacks – een rugbybal, een roeiboot, een speer, spikes, shirts enzovoort. Bij elke sporttak uitslagenlijsten van WK’s en Olympische Spelen, met hier en daar een Nederlander: Mia Gommers, Mexico 1968, brons op de 800 m. Je ziet het weer voor je (kijk hier).

Aan de buitenkant van het gerestaureerde station hangt een herinneringsplaat met de tekst: Passchendaele In memory of those members of the New Zealand Railways who fell in the Great War 1914 -1918:

passchendaele_plate dunedin station
Bron

Het blijkt een van de platen van een locomotief die Passchendaele is genoemd, ter ere van de 450 gesneuvelde treinwerkers in het Nieuw-Zeelandse leger die in België deelnamen aan de Eerste Wereldoorlog. Dat was de reden om de Westhoek te gaan bekijken.

Nou, het was diep indrukwekkend. Om Passchendaele en Ieper (op 13 km van elkaar) is in de Grote Oorlog eindeloos gevochten. De Nieuw-Zeelanders namen onder andere deel aan de derde slag om Ieper, van 31 juli tot 10 november 1917. Het museum en het oorlogskerkhof in Passendale bevinden zich op de plaats van deze slag: de graven liggen om de bunkers heen. Duizenden zinloze doden in het loopgravengevecht, hoewel in het museum toegelicht wordt dat deze oorlog voor Nieuw-Zeeland ook een andere nationale betekenis had. De gesneuvelden droegen bij aan een positief zelfbeeld in hun land, dat hiermee voor het eerst de negatieve identiteit ‘geworteld in Europees uitschot’ van zich af kon schudden.

De weggetjes over de heuvels en door de lagere kommen zijn groen en rustig, links en rechts boerderijen. Ondanks de vele toeristen in Ieper en Passendale fietsen we vrijwel alleen. De term ‘schuldig landschap’ van Armando dringt zich op. De natuur groeit schaamteloos door om met haar schoonheid de verschrikkingen van de cultuur uit te wissen. Alles wat de natuur heeft zien gebeuren wordt gewetenloos door haar overgroeid. De mens schaamt zich bij deze confrontatie tussen cultuur en natuur. (bron) Het vergaat me zoals Armando het zei. Kleine troost is de Stroroute, de fietsroute van Zonnebeke (vlakbij Passendale) naar slaapplaats Roeselare: die loopt over een oud spoorwegtraject langs de slagvelden, met herinneringstekens.

De cirkel van Passchendaele en Nieuw-Zeeland is rond. Op de mail die dag echter het droevige bericht van de dood van Laurens van der Graaff, alumnus Nederlands. Laurens! Ik heb twee herinneringen aan hem. De eerste is de calculerende, slimme student die zich niet erg voor historische literatuur interesseerde; de tweede is de bevlogen geraakte student die zijn missie – docent in het voortgezet onderwijs – had gevonden en zich fanatiek inspande. In beide fasen een vrolijke, humoristische jongen. Met het neerhalen van de MH17 is een nieuw schuldig landschap gecreëerd door de mens, uitvloeisel van bestuursperikelen. Er is ook een nieuwe cirkel geopend van zinloosheid en zinvolheid en het aandeel van bestuurders daarin. Terugkerende elementen zijn miscommunicatie en vooral bestuurders die over lijken gaan. We kunnen alleen maar hopen dat de dood van de inzittenden van dit vliegtuig niet zinloos zal zijn. De nationale herdenking zal trouwens plaatsvinden op 10 november a.s., de datum waarop de derde slag rond Ieper eindigde.

De vakantie is voorbij en we staan aan het begin van doorvoering op de werkvloer van de lang bediscussieerde governance. Een complexe operatie voor onderzoek, onderwijs en ondersteuning, die al meteen nog complexer wordt vanwege de afgelopen week aangekondigde bezuinigingen – uit te voeren via rationalisering van het onderwijs. Hé, een nieuwe bestuursterm! Rationaliseren betekent nu dus voortaan bezuinigen. Tijd voor transparantie en communicatie!

Hartelijke groet,

Lia

Maurits achterna

Hallo Fred,

Besturen, moeilijk! Die gedachte heeft de hele zomer door mijn hoofd gemaald. Het begon al met de zomergroet van Louise Gunning, begin juli. Ze meldde opgelucht dat er na het nee van de medezeggenschap tegen de Amsterdam Faculty of Science afgelopen december toch voortgang in het proces zit. ‘We’ hebben nu een goede route kunnen uitstippelen ‘om dit project – in een ander tempo, op een andere manier – verder te ontwikkelen.’ In een woedende reactie stelde een andere ‘we’, ‘in navolging van de bezetters van 1969’ dat er echter aan de stukken nog geen letter veranderd is. Namens wie bestuurt het CvB eigenlijk, vroegen ze zich af. Deze ‘we’ hadden ruim 80.000 adressen gehackt om hun geluid te laten horen. Voor het vervolg zie Folia. Voor mij zegt dit alles over de loopgraven waarin bestuurders terecht kunnen komen. Ik denk zelf al jaren dat meer samenwerking voor onze universiteiten goed is, voor de Geesteswetenschappen vooral om onderzoek te bevorderen en de studenten een optimaal onderwijsaanbod te kunnen doen. Dus ik kan me wel wat voorstellen bij de AFS plannen van het CvB. Maar we zien hier een bekende bestuurscomplicatie en die is niet overwonnen: het ontbreekt aan transparantie en communicatie. Logisch dat de gemeenschap boos reageert. Over inhoud zijn er altijd verschillende meningen, maar over communicatie zou er nooit twijfel mogen zijn. Transparantie en dialoog zijn dure plichten.

Maar Louise zei het al: nu tijd voor vakantie. De route uitstippelen was gauw gedaan want het was een oud plan. Flanders fields op de fiets. Eerst Maurits achterna op zijn tocht naar Nieuwpoort en dan naar Passchendaele en Ieper, de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Op fiets om de dijkjes, weggetjes, weilanden en heuvels te zien waar het ooit gebeurde.

De slag bij Nieuwpoort in 1600 is verknoopt met bestuursperikelen. Stadhouder (legeraanvoerder) Maurits van Oranje wilde helemaal niet op veldtocht naar Vlaanderen – te riskant -, maar hij moest van Oldenbarnevelt, de leider van de Staten-Generaal. Maurits kreeg gelijk. Onderweg ging er veel fout, zoals versplintering van de troepen en miscommunicatie. Uiteindelijk dreven de Spanjaarden Maurits in het nauw bij de haven van Nieuwpoort en alleen dankzij zijn tactisch inzicht en een stevige dosis geluk won hij. Hij stuurde de Nederlandse vloot voor de kust weg, alsof hij afzag van een aanval. Daarna liet hij zijn troepen bij eb door de haven naar het strand en de duinen aan de overkant trekken en forceerde daar het gevecht. Een meesterzet, maar Maurits was niet tevreden: hij voelde zich gekleineerd door Oldenbarnevelt en bovendien was het echte doel – Duinkerken veroveren – niet bereikt. Al was Nieuwpoort achteraf wel een keerpunt in de oorlog, de spanning tussen Maurits en Oldenbarnevelt zou nooit meer weggaan en uitgroeien tot het beroemde conflict dat leidde tot de onthoofding van de raadpensionaris in 1619. Bestuurders, uw daden worden nooit vergeten.

In Nieuwpoort zegt de slag niemand nog iets, daar was de overwinning geen inleiding op betere tijden. Maar er is een Mauritspark, bij de haven, met een standbeeld van een trotse, vastberaden aanvoerder. Het uitlegbord klopt niet helemaal – Oldenbarnevelt is de stadhouder, herkenbare vergissing in die complexe organisatie van de Nederlanden in 1600!

standbeeld maurits nieuwpoort     Standbeeld Maurits in Nieuwpoort bron

Nieuwpoort, aan de monding van de IJzer, herinnert zich vooral een andere oorlog: de Grote, tussen 1914 en 1918, want ook toen is om de stad gevochten. Op het volgende stuk van onze route wilden we de Westhoek zien, speciaal Passchendaele, om een cirkel rond te maken. Dat rondmaken ook openen van een nieuwe cirkel zou betekenen, wisten we nog niet. Op naar Passchendaele.

Hartelijke groet,

Lia

De donkere kamer van Damokles 2.0

Hallo Lia,

Je had me daarvoor al gewaarschuwd, maar ik geloof inderdaad dat we – nog maar een weekje op weg – nu al gehackt zijn! Zo wezen collega’s me erop dat er in het stukje “De keizer des baards” onbetamelijke dingen staan die onmogelijk van mij kunnen zijn. Geen idee wie er achter zit! Eerder deze zomer was er al dat gedoe met de vakantiegroet per e-mail van onze collegevoorzitster. En nu ik de digitale vakantiegroeten van onze andere universitaire bestuurders er nog eens op nalees, zie ik nog veel meer tekenen dat we de authenticiteit van deze berichten ernstig moeten betwijfelen. Zo zegt Thomas bijvoorbeeld dat hij zo “trots” op ons is. Kunnen zijn woorden niet zijn! Mama was trots op ons toen we vier waren, papa misschien ook, maar onze departementsvoorzitter nu we over de vijftig zijn?

En wat de te denken van dat vakantiemailtje van onze decaan, waarin hij ons toewenst dat we goed uitgerust raken opdat we de komende bezuinigingen goed kunnen verdragen? Dat moet toch een grote grap zijn van de ondernemingsraad of zoiets?

Dit laatste geval toont mijns inziens ook aan dat het niet alleen een kwestie is van een bestuurder die een ghostwriter of PR-afdeling heeft ingeschakeld. Voor zover ik die mensen ken, behoeden die je juist voor dit soort valkuilen. Neen, het wijst erop dat we op grote schaal gehackt worden. We hadden het kunnen weten. Waarom zou het ophouden bij die talloze berichten van financiële instellingen die we wél direct als onecht herkennen? Hadden we daaruit niet direct moeten concluderen dat er ook mensen kunnen zijn die dat inbreken slimmer aanpakken en in andere omstandigheden?

Of Fred werkelijk Fred is en Lia Lia: we zullen het dus nooit weten. Eeuwen na Willem die Madocke maecte zijn we geen centimeter opgeschoten. Stoppen dan maar? Kom nou, dat deed Willem toch ook niet. Of toch wel?

Met groet, Fred

donkere_kamer

De keizer des baards

Hallo Lia,

Hoorde je dat ook, dat Arjen Robben, sprekend over de wedstrijd om de derde plaats in het WK, de baard van de keizer in een plechtige genitief goot en daarvan maakte de keizer des baards? Mooier kun je niet laten zien dat de genitief geen productieve categorie meer is in Nederlands. Eigenlijk paste het ook op een diepzinnige manier wel bij de situatie: het ging nergens meer over. En ook als het iets moet betekenen, boeit de baard van de keizer me even weinig als de keizer van de baard.

De keizer des baards, nu ik er wat langer over denk, is dat niet een aardige kwalificatie van de toekomstige afdelingsvoorzitter? Immers, volgens het nieuwe model van de faculteit zou de afdelingsvoorzitter niet zoveel meer te zeggen hebben: het onderwijs wordt bepaald door het College of Humanities en de Graduate School (wat schaam ik me dat onze universiteit dit soort namen gebruikt), het onderzoek door het onderzoeksinstituut. De keizer des baards doet zijn best om het personeel op niveau te houden en aan het werk te helpen in een van die onderdelen van de organisatie waarvoor we klinkende grootspraaknamen hebben bedacht. Als je al geen baard hebt dan krijg je die er wel van.

Zou het zo gaan? Ik geloof er eerlijk gezegd niets van. Trouwens, wat mij betreft wordt de keizer des baards al een stuk interessanter als het de keizerin des baard wordt (Conchita Wurst?). Kortom, ik gok dat er het komende jaar voldoende te beleven valt.

Met groet, Fred

(En hier dan de baard des spits)

images-2